De rechtbank in Amsterdam heeft de zaak rond de dubbele hotelmoord eind 2002 maandag aangehouden na een nieuwe verklaring van de 27-jarige D.A. Justitie verdenkt de man van de moord op Fred Hoekstra en Gijs de Mol van Otterloo in het Amsterdamse hotel The Quentin op 30 december 2002.
A., afkomstig uit Kroatië, zei tijdens de zitting voor het eerst dat hij alleen betrokken was bij de overval in het hotel, en niet bij de moord op de twee mannen. A., die begin december 2002 ontslagen werd als schoonmaker in het hotel omdat hij illegaal in dienst was, zei twee mannen uit voormalig Joegoslavië geholpen te hebben bij de overval.
Hij attendeerde hen erop dat in het weekeinde veel geld in de kluis zou zitten en ging de avond ervoor met een smoes het hotel binnen om bij het washok een zijdeur op een kier te zetten. Op de bewuste avond vergezelde hij de overvallers om hen nog wat laatste aanwijzingen te geven.
Zo wees hij hen het washok, waar ze de receptionist, die daar 's nachts vaak kwam, konden overmeesteren om de buit vervolgens zonder problemen te incasseren. In ruil voor zijn hulp zou A. een deel van het geld krijgen. De twee mannen, van wie de verdachte de namen niet wil vertellen omdat hij vreest voor zijn eigen leven, zouden de moorden hebben gepleegd toen A. al weg was.
De verdachte zegt nooit meer contact te hebben gehad met de twee mannen, die hij naar eigen zeggen niet al te goed kende. De afspraak om elkaar de avond na de overval te treffen, kwam A. niet na omdat hij in de media al had vernomen wat er was gebeurd.
De nieuwe verklaring kwam voor A.'s advocaat A. Warlam ook als een verrassing. Hij vroeg de rechtbank meer tijd om zijn pleidooi opnieuw voor te bereiden. Die willigde het verzoek in en heeft de zitting verzet naar donderdagmiddag. Het Openbaar Ministerie paste na de verklaring de ten lastelegging aan. Hoewel justitie A. nog altijd verdenkt van tweevoudige moord of doodslag, heeft de officier van justitie hem ook medeplichtigheid aan de overval ten laste gelegd.
In de vroege ochtend van 30 december 2002 waren de 33-jarige Hoekstra en de 38-jarige De Mol van Otterloo uit Amsterdam in het hotel om iets te drinken. De nachtportier werd daarop overlopen door twee gemaskerde overvallers die hem vastbonden. Nadat hij zich had weten te bevrijden, trof de portier in de lobby de twee hevig bloedende mannen aan die waren neergestoken. De Mol van Otterloo overleed ter plaatse, Hoekstra een dag later in het ziekenhuis.
Familieleden van de omgekomen Amsterdammers woonden de zitting bij. De zus van Hoekstra legde een verklaring af voor de rechtbank en overhandigde foto's van het slachtoffer en van zijn dochtertje Simone, dat na zijn overlijden is geboren. Volgens de zus had Hoekstra op de dag van het drama te horen gekregen dat zijn vriendin, die op dat moment bij familie in de Verenigde Staten verbleef, in verwachting was.
Hij was daar volgens haar erg blij mee en was dit gaan vieren met zijn vriend De Mol van Otterloo. De moord kwam dan ook als een donderslag bij heldere hemel en het verlies heeft nog altijd een drastische invloed op het leven van zijn vriendin en zijn familie. De politie in Italië hield A. in juni vorig jaar aan, nadat hij internationaal stond gesignaleerd. In september kwam de verdachte naar Nederland.
Uit een DNA-test bleek dat de sporen in het washok en het souterrain van het hotel overeenkwamen met die van A.. Ook bleken bloedsporen van hem afkomstig te zijn. De verdachte verklaarde voor de rechtbank dat hij geen idee heeft hoe dat bloed er komt en dat hij zich niet kan herinneren dat hij gewond was.